Dat gezeik over iedereen rijk….

Peru es el pais de la futura. Misschien is Peru het land van de toekomst, wie weet. Vanuit Europa hebben we altijd met dédain gekeken naar de landen in Latijns Amerika maar op het ogenblik is er meer werk voorhanden dan in, bijvoorbeeld, Spanje. Veel Peruanen die oorspronkelijk naar Spanje waren geëmigreerd vanwege de werkgelegenheid, denken er nu over naar huis terug te gaan.

Die Peruanen zijn allemaal naar Europa gekomen omdat ze dachten dat er veel werk te vinden was. Zij kwamen niet alleen, er kwamen ook Bolivianen, Columbianen, Chilenen en zelfs Argentijnen. Het is ene bekend verschijnsel: men vertrekt naar de plek waar men verwacht dat het werk voor het oprapen ligt. Misschien zit Peru straks vol immigranten. Misschien klagen de Peruanen straks wel dat al die Belgen en Hollanders hen het werk uit handen nemen en dan tonen zij dat ook zij  niet begrijpen hoe de economie in elkaar zit.

In de loop van de eeuwen is het de gewoonte geworden om te spreken over economische wetten en…laten we eerlijk zijn…die bestaan. Het zijn weliswaar geen onoverkomelijke natuurwetten maar de wetten bestaan. Vraag en aanbod en al dat soort gedoe. Een andere vraag is of de economische verschijnselen, zoals de crisis, allemaal zijn toe te schrijven aan plotseling zich voordoende wetten. Zeker, er doen zich wetten voor maar die zijn opgeroepen door het willens en wetens onverantwoorde optreden van de grootgeldverdelers. Zo is de overbelasting van de markt met absoluut nodeloze producten door hen veroorzaakt om de burger geld uit de zak te kloppen dat hij beter voor iets anders had kunnen gebruiken.

Op die manier slaat de grootgeldverdeler twee vliegen in een klap: hij haalt de laatste centen van de burger binnen en drijft hem of haar tot leningen. De opbrengst daarvan komt via renten en premies weer in de zak van de grootgeldverdeler terecht.  Daardoor ontstaat een onwenselijke cumulatie van geld op een beperkt aantal plaatsen.  Opeen goed moment heeftde “burger”  geen mogelijkheden meer om noodzakelijke inkopen te doen of onzinproducten aan te schaffen en dan stagneert de markt. Dat heet overproductie of kopersstaking. De grootgeldverdelers gebruiken die situatie om de “kosten te drukken”  door heel veel werknemers in bedrijven te laten ontslaan. Het probleem van de werkgevers wordt daarmee een maatschappelijk probleem. Van eerlijk delen van de lasten kan allang geen sprake meer zijn.

Hoe zit dat nu met die immigranten? Immigranten die op zoek naar werk naar onze contreien komen? Zij zijn vaak bereid om tegen een lager salaris te werken dan anderen al mag dat niet van de CAO. In elk geval zijn zij wel bereid te werken maar worden zij door werkgevers zelden in dienst genomen om zeer uiteenlopende redenen (onbetrouwbaar, slecht spreken Nederlandse taal, lage opleiding etc). Een groot deel van die argumenten blijkt achteraf niet in ernstige mate steek te houden maar en zo goed komen de immigranten in het verdomhoekje terecht. Zij worden gezien als parasieten, een positie waarin de maatschappij hen dwint. Een enkele keer,zoals het bedrijf Ciconella deed, worden zij ingeschakeld om en masse ontslagen Nederlanders voor ene habbekrats te vervangen. Het zijn dan niet de immigranten die de Nederlanders verdrijven maar de werkgevers die daar om winstredenen aan doen. Daarbij buiten zij de immigranten uit.

Dat immigranten anderen verdringen, is zelden waar. Door hun komst breidt de markt zich uit en dat leidt in beginsel tot een ruimere economische basis. Degenen die men zo graag illegalen noemt, kunnen daar heel goed aan bijdragen mits de barrières daartoe worden opgeheven. Zodra zij beschikken over voldoende economische middelen, zullen zij ook bijdragen aan de mobiliteit in de markt en zo men wil, aan de roei van de economie. Zij eten niet mee uit de bestaande ruif maar verruimen de inhoud van de ruif, wanneer zij volledig worden opgenomen in het bestaande economische bestel. Er zullen dus juist meer werkplaatsen ontstaan, meer vacatures, tenzij de grootgeldverdelers en onwillige werkgevers daar een stokje voor steken. De kracht van een economie kan heel goed liggen in het enorme aantal mensen binnen die economie, zoals de Chinese samenleving bewijst. Daar heeft men niet eens behoefte aan internationale handel omdat de thuismarkt voldoende groot is. De onwil van de werkgevers geldt overigens ook voor autochtonen werknemers boven de 40 jaar. Ook zij komen niet aan de bak en ook dat is het gevolg van een reeks van vooroordelen (oud, duur, niet bij de tijd, vaak ziek etc).

Het ligt voor de hand dat de eerste slachtoffers van een crisis, de slechtst opgeleiden, de oorzaak van hun misère zoeken op een plaats die zij kunnen overzien en dat is vaak niet veel meer dan de komst van immigranten. Populistische leiders maken daar graag gebruik van door de volkswoede op die vreemdelingen te richten. Zo veroorzaken grootgeldverdelers en bevooroordeelde werkgevers een dubbel probleem: economische en politieke crisis. Het wordt de hoogste tijd om daar paal en perk aan te stellen. Er moet een einde komen aan het geruzie over de euro en politici moeten zich richten op de verziekende heb- en graaizucht van mensen en vooral anonieme instituties.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://chaoticus.wordpress.com

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s