Het Engels als wereldtaal (2)

Bijna was het gelukt. Bijna was het Nederlands wereldtaal geworden. Bijna had dat landje waar Zeeuwen, Friezen, Hollanders, Limburgers en boeren elkaar het leven zuur maken leiding kunnen geven aan het gedrocht dat Mensheid heet. Die lap grond van 300 bij 200 als matje waar andere regeringsleiders te biecht zouden moeten komen bij de Groot Mogol van alles en iedereen in Huis ten Bosch.

Dat zou toch mooi zijn geweest niet? Dat niet “The Big Apple”  maar  “De Wereldwijde Kaas” dè plek op aarde zou zijn waar iedereen naartoe had willen komen om te luieren en te zingen in het park van de grootste dichter van allen: Joost van den Vondel. Maar nee, het heft niet zo mogen zijn. Nee, we zijn erin geluisd of er met open ogen in getuind, in gestonken zou de Grote Kaasmaker hebben gezegd. Nee, het heeft allemaal te maken met De Grote Verkwanseling, de Hollandse kooplui die liever Paramaribo hadden dan Nieuw Amsterdam, echt het beste bewijs van de kortzichtigheid van vrije marktgoeroes en grootverdieners.

Dat gebeurde, godbetert, toen onze stadhouder  Willem III koning van Engeland was. Of het kon hem niets schelen, of hij kon niet tegen de machtsmannetjes van het Londense hof op. Zelf sprak hij, zoals ieder beschaafd mens in die tijd, Frans. Waarschijnlijk was het allebei want de machtsmannetjes in Londen zagen hem helemaal niet zitten als koning. Volgens de grootverdieners van de west-Indische compagnie viel er in Paramaribo veel meer geld te verdienen. Het was één van de grootste vergissingen van de Hollanders in de loop van de geschiedenis. Het bleek een misruil te zien van Olympische orde. Ja, zoiets als te beweren dat Olympische Spelen ene impuls zijn voor de economie, koopmansfabeltjes dus. De druiven waren zo zuur dat Nederlanders in de zeventiger jaren van de vorige eeuw nog klaagden over de toestroom van Surinamers naar Amsterdam en grote verhalen verzonnen over hun luiheid.

Er bestaat nog een mooi verhaal waarin wordt verteld dat het Nederlands bijna als voertaal van de VS zou zijn ingevoerd maar dat is afkomstig uit zeer dubieuze bronnen. Misschien was 1672 het Rampjaar, zeker is dat 1674 het Jaar van de Absolute Afgang was.

De Engelsen zagen intussen in Nieuw Amsterdam of New York een prima uitvalsbasis om hun grote concurrenten, de Fransen, uit Amerika te rammen en dat is bijna helemaal gelukt. “Alleen in Quebec zitten er nog wat met een Franse bek”. Frans overigens dat we hier niet kunnen verstaan omdat het wat raar wordt uitgesproken. Dat gold ook voor het Nederlands dat in New York aan het begin van de vorige eeuw nog stand hield : “En kääd’l had twî jòngers; de êne blêv täus; de andere chöng vôrt f’n häus f’r en stât. (‘Een kerel had twee jongens; de ene bleef thuis, de andere ging voort van huis om veel geld te verdienen.’)

Als mensen in Nederland nog eens roepen en gillen over de zegeningen van de vrije markt, dan moeten ze maar eens diepbeschaamd terugdenken aan deze godsgruwelijke flater. De vrije markt kijkt niet verder dan de lesbril waarmee het kasboek wordt bestudeerd. Het resultaat is dan ook steeds dat je op je neus kijkt.

Tot sterkte,

Kaj Elhorst

https://chaoticus.wordpress.com

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s