De diersoort mensch (2)

Eerst waren het gewoon onzichtbare wezens maar daar maak je geen kind mee bang en dus kregen de enge wezens een gezicht: de voorvaderen en nog later…werden het de BN’ers onder de voorvaderen: de goden zoals Poseidon, Zeus, Jupiter, Amon en niet te vergeten Loki, de duivel. En soms bedankte de diersoort mensch die engerds ook allemaal omdat ze een keer NIET vervelend waren geweest. En…ze gingen zelfs van te voren vragen om een keertje niet te pesten. Ja….die voorvaderen kregen heel wat aandacht.

Langzaamaan richtte de mens zich steeds verder op en ja…het hoofd kwam ook steeds anders op de romp te staan. Dat deden de menschen niet zelf, dat gebeurde gewoon, gewoon, nou ja, wel omdat de mensch steeds meer pogingen deed de wolken van de hemel te plukken. De handjes konden steeds beter grijpen en graaien en vastpakken. Die handjes konden zelfs een steen en een stok vastpakken om van zich af te slaan en toen was het hek van de dam want….de mensch kreeg door dat alles in de omgeving bruikbaar was om zijn grote doel te bereiken. Want hoewel hij stevige armen en benen had en hard kon lopen. leek het allemaal nog veel beter te kunnen. Het was wel lol hoor. Met een steen kon je een hert of een egel verschalken, met een stok de vruchten boven uit de boom plukken en ja….met twee stenen kon je vuur maken. Dan was het ’s nachts ook licht en warm. Langzaamaan groeide het besef dat hij best zelf zijn eigen natuur zou kunnen maken, los van die stomme planten en dieren. Los van dat stomme ingebouwde GPS-systeem. Nee, goed rondkijken in de wereld en de route laten bepalen door zon en sterren. Niet de eigen spijsvertering goed laten werken maar het voedsel vantevoren week maken….koken… Ja, er was een keer een ei in het vuur gevallen en toen was het ineens niet meer om te slurpen maar om te happen. Dat smaakte naar meer en dus probeerden de menschen dat met alles uit. En ja, dat deden andere diersoorten toch maar mooi niet, sukkels!oi niet of in elk geval: ze deden het niet.

Boeren en scheten hoorden erbij. Ze werden vooral opgevat als teken van welbehagen. Pas veel later veranderde de boer voor de maaltijd in “smakelijk eten” en tijdens de maaltijd in “alle lof aan de kok”. Ja…jongeren trokken bij die boeren wel soms rare koppen en een rare mond en daardoor kreeg zo’n boer soms een “u” klank of een “a” klank. Ja, jongeren doen zulke dingen en soms komt er iets moois uit. En die scheten? Die zijn later vervangen door het aanschuiven van de stoel..in de tijd toen het fatsoen toesloeg…

Aan voortplanting ook geen gebrek want dat ging gewoon door, vooral met mooi weer of in de ergste kou. Ergens achterin een duistere grot of onder een palmboom. Naast een kampvuur of in het licht van de maan. De maan, waar ook zo’n voorvader huisde. Die keek dan op de copulerende nazaten neer en dacht “mooi zo”. Gezinnen werden families en families werden stammen en stammen werden volkeren…onoverzichtelijk werd het allemaal. Gewonen klik- en keelgeluiden waren niet meer genoeg om iets duidelijk te maken. Er kwam een soort generatiekloof op gang waarbij de jonge generatie aparte klanken gebruikte voor een boom en voor een grot. Of voor water en zon. Ja…de jeugd kon lachen…met al die rare klanken maar de Raad van Ouden kon het zo gauw niet bijbenen. Die had net het ketsen van stenen om vuur te maken onder de knie.

En de andere dieren? Die graasden en gromden verder en keken verbaasd naar die diersoort die nooit eens de tijd nam om lekker in het zonnetje te gaan luieren…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s